Opoffering

Uit OmraamWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
« De filosofie van Christus is er een van bevrijding door opoffering. Bevrijding wordt niet bereikt door haat, geweld, boosaardigheid of wreedheid. En als Jezus zegt: "Hebt uw vijanden lief", dan is dat omdat alleen liefde, door een einde te maken aan oude vijandschap, je kan helpen de banden te verbreken en je vrijheid te veroveren. Anders zal de wet je dwingen terug te keren naar dezelfde mensen, dezelfde omstandigheden en diezelfde vijandelijkheden voort te zetten. Het geheim van vrijheid is liefde. Alleen liefde is in staat de keten van oorzaken en gevolgen te doorbreken die ons dwingt te reïncarneren om onze fouten goed te maken. »[1]

Inleidende beschouwing

De meeste religies en spirtuele leerscholen stellen bevrijding door opoffering centraal, maar voor de oosterse is het eerder iets impliciet, wellicht omdat het daar zo goed als een evidentie is, inbegrepen in het concept mededogen: zij benoemen het dan ook veel minder expliciet dan de westerse. In het boedhisme staat de deugd van zelf-loze devotie in de darma centraal en uiteraard is daarin opoffering vervat.

Het ganse leven is gebaseerd op de opoffering

” Jezus is gekomen om aan de mensen te leren geen uiterlijke dieren meer op te offeren, maar zijn eigen innerlijke dieren, want onze lagere natuur is het merkteken van alle beesten, van alle roofdieren en het zijn zij die men in Holocaust moet opofferen opdat zij de geaccumuleerde krachten in haar zou kunnen vrijmaken en ze ten dienste stellen van de geest. Natuurlijk vindt er in de mens reeds een verbranding plaats, en het is dank zij haar dat het leven bestaat. Maar het is slechts een fysieke verbranding, terwijl de opoffering een spirituele verbranding is. In de opoffering zijn het niet meer de cellen van het fysieke lichaam die aan het verbranden zijn, maar de lagere natuur. En ondanks dat ze niet zichtbaar is, is zij zodanig rijk en goed beklant, dat men er zich gedurende eeuwen kan aan verwarmen en zich kan verlichten. (...) De echte opoffering werd in de Egyptische inwijdingen bestudeerd. Mozes die ingewijd was, wist dit. Hij wist dat na hem, iemand zou komen die zou onderwijzen dat de echte dieren in de mens zijn als gebreken. Niets bestaat zonder opoffering. De wetenschap weet dit niet. Zij gelooft in de evolutie (Darwin). Zij weet niet dat er om de evolutie mogelijk te maken, er eerst een involutie nodig is, ’t is te zeggen de opoffering van entiteiten, krachten, elementen die zich opofferen opdat andere zouden kunnen ontstaan. Niets kan groeien zonder de opoffering van iets anders. Bvb. Wanneer we eten, drinken, ademen, offeren we krachten op zonder dewelke het leven niet mogelijk is. In het menselijk lichaam, zijn er verbrandingen van materialen die verbrand worden om de vitaliteit aan de cellen te geven. Op spiritueel vlak moet men alles wat negatief is verbranden: gebreken, vernederingen, oude opeengestapelde dingen in ons binnen. Om ze te kunnen verbranden, moet men de schrik van iets te verliezen overwinnen, men zal zich iets moeten ontzeggen: dit is een opoffering.”[2]

Theosofie over het offer : het pad van initiatie

« Na een langere of kortere tijd staat de discipel voor het Portaal van Initiatie. We moeten onthouden dat wanneer men dit portaal nadert en dichter bij de Meester komt, het is, zoals "Licht op het Pad" zegt, met de voeten badend in het bloed van het hart. Elke stap omhoog is altijd door het offer van alles wat het hart dierbaar is op een of ander vlak, en altijd moet dit offer vrijwillig zijn. Hij die het Beproevingspad en het Pad van Heiligheid bewandelt, is hij die de kosten heeft overzien, wiens gevoel voor waarden is bijgesteld, en die daarom niet oordeelt zoals de mens van de wereld oordeelt. Hij is de mens die tracht het "koninkrijk met geweld" in te nemen, en bij die poging voorbereid is op het daaruit voortvloeiende lijden. Hij is de mens voor wie geen inspanning teveel is als hij maar het doel kan bereiken, en die, in de strijd om de beheersing van het lagere zelf door het hogere, bereid is zich op te offeren, zelfs tot de dood. »[3]

Joodse opvattingen over opoffering

"Het begrip gimmel betekent een verwijzing naar reïncarnatie. Het bevestigt dat zielen zich daden van liefdadigheid en liefdevolle opoffering eigen maken door af te wisselen tussen goddelijke en fysieke verblijfplaatsen en de geleerde lessen toe te passen. Gimmel inspireert tot goedaardig geven en verlangen naar de voorschriften van Zijne Majesteit, zoals de richtlijnen van het derde gebod. Evenzo, hoeveel woorden bevatten de letter gimmel? De Torah vertelt ons (Leviticus 1:2), ‘Wanneer iemand van u een offer aan G-d moet brengen.’ Het ‘van u’ vertelt ons dat het offer van binnenuit moet komen, van de Dierlijke Ziel. Het Hebreeuwse woord voor offer, korban, komt van hetzelfde werkwoord als karev dat ‘dichtbij komen’ betekent."[4]

Islam en opoffering

Maar gelovigen beschouwen elke poging om offers te brengen ter wille van Allah als een waardevolle gelegenheid om hun oprechtheid te tonen. Zij weten dat Allah moeilijke en lastige situaties, die geduld en zelfverloochening vereisen, voor een goed doel schept. Zij handelen in de wetenschap dat deze wereld een korte en voorbijgaande beproevingsplaats is om Allah's gunst te winnen, en daarom streven zij ernaar Zijn goedkeuring te winnen en het paradijs te bereiken (...) Zoals Allah zegt, geven de gelovigen alles zonder nadenken op om de gunst van Allah te winnen. Wetende dat Hij hen in het Hiernamaals met veel mooiere dingen zal belonen, leven zij in deze wereld zonder hun eigen comfort en voordeel na te streven, zonder enige tegenprestatie te verwachten voor hun zelfopoffering. Hun enige hoop is de goedkeuring van Allah te winnen: "Wij voeden u slechts uit verlangen naar het Aangezicht van Allah. Wij willen geen terugbetaling van u noch enige dank."[5]

Is opoffering een verlies ?

« Waaromzijn mensen bang om een offer te brengen? Waarom verwerpen ze het idee van een opoffering? Zelfs het woord klinkt onaangenaam in hun oren… Onder het voorwendsel dat men zich meestal voor anderen moet opofferen, denken ze dat het de anderen zijn die er, ten koste van henzelf,iets zullen bij winnen. Zij ervaren het offer als een verlies en op die manier snijden zij zich af van de bron van het leven en de vreugde. In de ziel van degene die een opoffering met goede wil en liefde aanvaardt,gaat plots een deur open en hij voelt hoe een oceaan van licht hem overspoelt. Geloof je me niet?... Toch is het de waarheid. Begin met het idee van het offer te aanvaarden en je zal ontdekken dat elke inspanning die je voor de anderen doet door je persoonlijke belangen opzij te zetten, je zal versterken, verlevendigen en vooral verblijden. » [6]

« Probeer je dus te ontdoen van deze gedachte dat opoffering gelijk is aan lijden en ontbering, anders zal je nooit enige behoefte hebben om iets op te offeren, dat wil zeggen, om alle duistere, versleten, onzuivere elementen om te zetten in licht en warmte, in liefde en wijsheid. De Ingewijden hebben dit begrepen en daarom offeren zij zich dagelijks aan het goddelijk vuur om verteerd te worden. Er zijn veel ingewikkelde boeken geschreven over de ervaringen van de mystici. In werkelijkheid is het heel eenvoudig. De ervaring van de mystici is de ervaring van het vuur, van het heilige vuur dat de mens elke dag voedt door er stukken van zijn lagere natuur in te werpen. Kijk naar een brandend vuur; al die stukjes hout die tot dan toe gescheiden waren, verspreid, het vuur brengt ze samen in hetzelfde licht, dezelfde warmte, en ze worden gedwongen te denken en te voelen zoals het vuur. Breng dan uw dode takken, uw zwarte en verwrongen takken, en werp ze in de gloed van het goddelijk vuur, want in deze gloed zal je het geheim van het ware leven vinden. »[7]

De kaarsvlam - analogie met de mens

« Je steekt een kaars aan... Haar vlam zal je verlichten zolang zij wordt gevoed door het verbranden van de was. Deze verbranding is in zekere zin een offer. Zonder offer is er geen licht. Het vuur heeft behoefte aan voedsel, en het kaarsvet is precies dat voedsel. Dat weet je wel. Maar wat je niet weet, is dat de mens kan worden vergeleken met een kaars, omdat hij alle materialen bezit die nodig zijn om de vlam in hem te voeden. Deze materialen zijn die van zijn lagere natuur: het egoïsme, de agressie, de sensualiteit enzovoort. Hij moet ze opofferen om zijn vlam brandend te houden. Wat mensen ervan weerhoudt dat offer te brengen, is de angst te zullen verdwijnen. Er zal natuurlijk iets van ons verdwijnen, maar dat iets moét juist verdwijnen, zodat iets anders verschijnt dat zuiverder, meer lichtend is. Precies zoals het materiaal van de kaars verdwijnt, zodat het licht blijft schijnen. Je zal zeggen dat er na enige tijd niets meer van de kaars overblijft. Ja, maar de mens kan onbeperkt branden. Eenmaal ontstoken kan hij niet meer uitdoven, omdat zijn brandstof onuitputtelijk is. »[8]

Het waarachtige offer

« De meeste mensen hebben over het leven beperkte opvattingen waaraan zij zich vastklampen, en daarom zie je op hun gezicht de sporen van de wanorde en de kwellingen waarmee zij worstelen. Hun leven bestaat alleen maar uit kleingeestigheden, verdeeldheid, discussies en plagerijen die hen ingefluisterd worden door hun lagere natuur en die zij niet willen opofferen. Nochtans toont het vuur ons dat er geen leven mogelijk is zonder offer. Zodra je een vuur aansteekt, worden al die zwarte, kromme takken omgezet in energie, licht en warmte. Daarom moet men beslissen het vuur in zichzelf aan te steken, om alle afvalstoffen te verbranden die in het vuur ook licht en warmte zullen worden. Zolang men het offer beschouwt als een ontbering, een verarming, heeft men niets begrepen. Het waarachtige offer is de omzetting van alle oude, gebruikte, onzuivere elementen in licht en warmte, dat wil zeggen in wijsheid en liefde. [9]

« Er zijn maar weinig religies die de neiging tot martelaarschap bij hun volgelingen niet hebben aangemoedigd. Maar je lichaam mishandelen en verminken, je leven in de weegschaal leggen, deze manier om zichzelf als offer aan God aan te bieden, moet worden uitgesloten. Het ware offer schuilt in de onbaatzuchtige liefde voor alle mensen. Wie de betekenis en de kracht van de liefde begrepen heeft, ervaart geen enkele behoefte om zichzelf leed aan te doen: hij zal reeds zoveel leed te delen hebben met al zijn broeders en zusters die in nood zijn! En de obstakels die hij zal tegenkomen bij zijn pogingen om hen te helpen, zullen meer dan genoeg gelegenheden zijn om te lijden! Maar voor dit lijden mag hij niet terugdeinzen: het zal hem doen groeien, hem veredelen.»[10]

Opoffering: een omzetting van de fysieke maar ook van de psychisch materie

“In de oudheid was het een traditioneel gebruik voor priesters en priesteressen om een vuur in de tempels te onderhouden dat nooit mocht worden gedoofd. Het vuur, de vlam en het licht in de heiligdommen doen denken aan de aanwezigheid van de Goddelijkheid in het universum, maar ook in de mens. Dit vuur, in de mens, is de liefde die, naar het beeld van de zon, onophoudelijk in zijn hart moet branden, en het wordt gevoed door de opoffering. Wat is de opoffering? Een omzetting. Alleen degene die weet hoe hij opofferingen moet doen, heeft het geheim van de omzetting van de materie, wat de voorwaarde voor het leven is. Deze transformatie van materie kan alleen gedaan worden door middel van vuur, en vooral het spirituele vuur van de liefde. Het leven is alleen mogelijk dankzij opoffering, dankzij liefde. Overal, van de stenen tot de sterren, ondersteunt de liefde het raamwerk van het universum; als de liefde zou verdwijnen, zou ons lichaam in stof uiteenvallen. En het is dankzij de liefde, dankzij de opofferingen van mensen voor elkaar, dat families en naties ook kunnen overleven. De liefde is de grootste kracht van het universum.”[11]

Offers en de natuur

« In de natuur wordt het hart vertegenwoordigd door de oceanen. De natuur schenkt haar hart, stelt het bloot aan de zon en zegt: «Heer, ik geef U mijn hart, mijn bloed. Gebruik het opdat de planten, de dieren en de mensen in overvloed zouden kunnen leven.» De zon neemt een gedeelte van dat bloed, verdampt het, vult het met spirituele gaven, en wanneer het terugkeert naar de aarde, kunnen alle wezens ervan genieten en zich verheugen. De Ingewijde herhaalt in zichzelf deze gift van de oceaan aan de zon. Hij opent zijn hart voor de Schepper en zegt: «Ik geef het aan U.» Dit vurige gebed, dit offer dat volbracht wordt in het hart van de mens, gelijkt op wat zich voordoet in de natuur. Dankzij de sublimatie van z'n liefde, van z'n bloed, ontmoet de mens de zon, God Zelf, en deze ontmoeting verrijkt hem met nieuwe en goddelijke eigenschappen die aan heel zijn wezen worden toebedeeld. »[12]

« Een overlevering vertelt dat rozen entiteiten zijn, afkomstig van de planeet Venus; zij hebben ermee ingestemd op aarde te incarneren om de mens te helpen. Wie kent evenwel die missie van de rozen? Men gebruikt ze om er tuinen en appartementen mee te versieren, om er een man mee aan te trekken of een vrouw mee te verleiden. In werkelijkheid is de roos er om voor ons de weg van de ware liefde te openbaren. Ziedaar de rol, de boodschap van de roos. Als de roos beschouwd wordt als de koningin onder de bloemen, dan is dat omdat zij ons over de ware liefde onderwijst, de liefde die niet kluistert, maar die bevrijdt. De dag waarop de mensen het offer zullen begrijpen, dat de roos heeft gebracht door in hun midden te komen, en haar boodschap zullen aannemen, zullen zij wellicht op haar gaan lijken: overal waar ze voorbijgaan zullen ze de atmosfeer doordringen met een heerlijk parfum. »[13]

Zichzelf als offer aanbieden

« Aangezien de Schepper ons het voedsel schenkt dat we iedere dag tot ons nemen, is dit doordrongen van zijn leven. Maar hoe komt het dan, wanneer een slecht mens zich voedt, dat dit voedsel, dat goddelijk is, hem niet beter maakt? Omdat ieder mens het voedsel tot zijn eigen aard omvormt. Een heilige of een Ingewijde die hetzelfde voedsel eet, zal dit voedsel omzetten in licht, in liefde en in goedheid. Alles hangt dus af van de toestand van de mens die eet. Slechte mensen blijven slecht en zij worden zelfs nog slechter. En goede mensen worden almaar beter. Dat is een wet: ieder schepsel maakt het voedsel gelijk aan zijn eigen substantie en transformeert het, en deze wet is toepasselijk zowel op spiritueel als op fysiek vlak. Dat is ook de reden waarom de mysticus, de Ingewijde, slechts één verlangen heeft: zichzelf als offer aan God aanbieden om door Hem opgenomen te worden. Zij weten dat, wanneer de Heer hen opneemt, Hij hen zal doordringen van zijn licht en hen zal transformeren. »[14]

De wet van de zon

« Iemand zegt: ‘Waartoe dient het zich in te spannen om eerlijk, goed en edelmoedig te zijn, aangezien overal, zowel in de maatschappij als in de natuur, de wet van de jungle heerst. Waarom zou ik daarop een uitzondering moeten vormen?’ Hoe vaak hoort men deze redenering. Maar zij die zo spreken, houden alleen rekening met hetgeen zij zien op aarde, wat slechts een deel van de waarheid vertegenwoordigt. Als zij een blik zouden werpen op de hemel, zouden zij zien dat er ook nog de zon is, en de zon dat is het andere deel van de waarheid. Terwijl op aarde de dieren, en vaak ook de mensen, niets anders doen dan nemen, opslorpen, opslokken, verwoesten, doet de zon niets anders dan stralen, schitteren en geven, opdat wij het leven, de warmte en het licht zouden hebben. Zouden wij nog in leven zijn als er geen andere wet bestond, de wet van de liefde en het offer, die niet de wet van de aarde maar die van de zon is?... Welnu, als al wat je op de aarde ziet je ontmoedigt en bedroeft, denk dan aan de zon, aanvaard haar wetten, imiteer haar en je zal opnieuw moed en vreugde vinden. »[15]

Het offer van Jezus

« Men leert aan de christenen dat Jezus hen heeft verlost door op het kruis het offer van zijn leven te brengen. Jezus heeft hen gered, en dat maakt sommigen enorm trots, geeft hen een enorme zekerheid. Hun vrienden en zelfs hun ouders zouden wellicht nog geen stuiver voor hen geven, maar de zoon van God zelf heeft zijn leven gegeven voor hun heil. Hoe zou je je dan niet trots voelen? Helaas volstaat het om te zien in welke toestand het christendom zich bevindt, om vast te stellen dat de christenen niet méér gered zijn dan de gelovigen van andere religies. Zij zijn even oneerlijk, zij begaan dezelfde misdaden, want het is altijd dezelfde menselijke egoïstische, hebzuchtige, haatdragende natuur die zich in hen manifesteert. Iedere grote zoon van God die naar de aarde komt brengt de mensen nieuwe waarheden en methoden om hen te redden, maar het is aan hen om ze te begrijpen en te gebruiken, het is aan hen om aan hun eigen bevrijding te werken. Je zal zeggen: ‘Maar je vermindert de waarde van het offer van Jezus!’ Helemaal niet. De grootheid van het offer van Jezus wordt niet kleiner als ik je zeg dat je gered zal worden door je werk. God wil maar één ding: de vervolmaking van het menselijk schepsel. En om je te vervolmaken moet je je inspannen. Heiligen, profeten en ingewijden kunnen voor ons de weg openen, zij kunnen ons zeggen hoe wij die weg moeten gaan, maar niemand kan dit in onze plaats doen, wij moeten zelf vooruitgaan. »[16]

De vruchten van de boom van de Liefde

« De liefde kan vergeleken worden met een boom. In deze boom stelt de seksualiteit de wortels voor, de wortels die diepgeworteld zijn in het menselijk wezen: hij kan ze niet uitrukken en hij moet ook niet proberen om dat te doen, want zij zijn voor hem even onontbeerlijk als de wortels dat zijn voor een boom. Hij moet alleen de liefde verkennen door hoger te klimmen, verder proberen te gaan in de stam, de takken, de bladeren, de bloemen, de vruchten. En de bloemen en vruchten van de liefde, dat is het offer. De meest verheven, spirituele liefde ontvangt haar aanzet van de seksuele kracht, maar we moeten leren hoe we deze moeten bewerken, begieten, beschermen tegen insecten en stormen. Wie de vruchten van deze boom van de Liefde proeft, kent de smaak van de onsterfelijkheid en het eeuwig leven. »[17]

Bibliografie

  • O.M. Aivanhov, La pédagogie initiatique, Œuvres complètes XVII, Prosveta.
  • O.M. Aivanhov, La clef essentielle, Œuvres complètes XI, Prosveta.
  • O.M. Aivanhov, Spirituele alchemie, Izvor 221, Prosveta.
  • O.M. Aivanhov, U bent goden, Synopsis I, Hfst. 4.2 en 6.3, Prosveta.
  • O.M. Aivanhov, Het leven, meesterwerk van de geest, Synopsis III, Hfst. 11.5, Prosveta.

Multimedia

Uitreksels van voordrachten (audio en/of video) van Omraam Mikhael Aïvanhov

Verwante artikels

Nota’s

  1. Aïvanhov, O. M., Synopsis I, Hfst. 4.2, Prosveta.
  2. Aïvanhov, O. M., Voordracht van 25.08.1984
  3. Alice A. Bailey, Initiation, human and solar
  4. H. Y. Ginsburgh, Tav: Impression - The Seal of Creation
  5. Surat al-Insan: 9
  6. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 22 februari 2017, Prosveta.
  7. Aïvanhov, O. M., Synopsis I, Hfst. 6.3, Prosveta.
  8. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 8 februari 2011, Prosveta.
  9. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 18 april 2021, Prosveta.
  10. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 18 april 2019, Prosveta.
  11. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 10 november 2019, Prosveta.
  12. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 1 augustus 2020, Prosveta.
  13. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 25 juli 2010, Prosveta.
  14. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 14 augustus 2016, Prosveta.
  15. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 29 augustus 2015, Prosveta.
  16. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 7 oktober 2013, Prosveta.
  17. Aïvanhov, O. M., Dagtekst van 3 juni 2015, Prosveta.

Bericht aan de lezer: de redactie van dit artikel, voorbereidend en niet-beperkend, is slechts een startpunt, aangezien het onderwerp door Omraam Mikhaël Aïvanhov in zijn verschillende lezingen tussen 1938 en 1985 in meer detail werd onderzocht. Bij het rechtstreeks lezen of beluisteren van deze voordrachten, uitgegeven door Prosveta, exclusieve eigenaar van de rechten van zijn werk, zal de onderzoeker er nog andere interessante en belangrijke aspecten in terugvinden. Daarom geeft dit artikel Aïvanhov’s denken over dit onderwerp niet volledig en allesomvattend weer.


OmraamWiki is een internationaal project dat wordt gerealiseerd met de bijdrage van fondsen voor wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit voor Buitenlanders van Perugia (afdeling Menselijke en Sociale Wetenschappen).